Terug naar het woordenboek

Een archetype is een persoonlijkheidstype. De Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung (1875-1961) is de ‘uitvinder’ van het archetype. In zijn boek Psychologische Typen (1917) beschreef hij vier basistypen van menselijke persoonlijkheden. Jung beschouwde archetypen als universele, ingeboren psychische patronen of thema’s die aanwezig zijn in het collectieve onbewuste van de mensheid.

Carl Jung, grondlegger van de analytische psychologie, onderscheidt archetypen als het kind, de held, de grote moeder, de wijze oude man, de oplichter, de eeuwige jongeling, de schone maagd en het goddelijk koppel. Bepaald gedrag roept de universele kenmerken van het archetype op. Deze kenmerken worden vervolgens geprojecteerd op een persoon. Dit kan een verklaring zijn voor de populariteit van filmsterren of leiders.

Volgens Jung vertegenwoordigen archetypen diepe, instinctieve aspecten van het menselijk psyche en zijn ze verantwoordelijk voor de vorming van symbolen, mythen, dromen en culturele overtuigingen. Hij zag archetypen als bronnen van persoonlijke en spirituele groei, en geloofde dat het verkennen en integreren van deze archetypische energieën een pad kan zijn naar individuatie, het proces van zelfrealisatie en psychologische heelheid.

Het spirituele begrip van de week

Leuk en leerzaam. Hoe zit het ook alweer? Dat ontdek met het spirituele begrip van de week in jouw e-mail. Meld je hier aan.

Aanmelden gelukt